creatie
maakproces
wat is glas?
samenstelling
ingrediënten
soorten glas
glas en kleur
maaktechnieken
(kunst)historie glasbenamingen
Annagroen glas

creatie

maakproces

glastypes

Om van zand glas te maken bij in het verleden een technisch en in het heden een commercieel haalbare temperatuur is een smeltpuntverlagende toevoeging nodig, ook wel flux genoemd. Dit zijn materialen met een hoog gehalte verbindingen van alkali-elementen zoals natrium of kalium, maar ook loodzouten werken als smeltpuntverlager. Omdat glas met alleen silica uit zand en alkali uit een flux instabiel is, bevat glas ook een stabiliserende component. Dat is vaak kalk, maar lood, dat smeltpuntverlagend werkt bij het maken van glas, heeft ook een stabiliserende werking in het glas. Op basis van welke flux en stabilisator zijn toegepast, wordt glas wel in verschillende types onderverdeeld. Omdat glas al in historische tijden werd gerecycled, en daarbij niet altijd op het type glas werd gelet, zijn er in de praktijk geleidelijke overgangen tussen de types historisch glas.

Soda-kalkglas

Oorspronkelijk werd soda-kalkglas gemaakt van zand en natuurlijke soda, soms gemengd met een bron van kalk (calciumcarbonaat) zoals gemalen kalksteen of schelpen. De soda was as van zoutminnende planten, die een hoog gehalte natrium, maar ook calcium en wat kalium en diverse andere bestanddelen bevat. Moderne soda is synthetisch en wordt verkregen uit (zee)zout via het Solvay-proces. Deze soda is vrijwel zuivere natriumcarbonaat en wordt tegenwoordig gebruikt voor de industriële productie van glas, zoals verpakkingsglas en vensterglas.

Natron-kalkglas

In het oude Egypte werd vanaf ca. 1000 v.Chr. het mineraal natron uit zoutmeren rond de Nijldelta gebruikt als flux. Natron is een mengsel van natriumcarbonaat, natriumbicarbonaat en een weinig natriumsulfaat en natriumchloride en bevat vrijwel geen kaliumzouten. Dit type glas bevat dus zeer weinig kalium en relatief veel natrium. In het Westelijke Romeinse rijk en in die gebieden tot in de vroege middeleeuwen was dit het belangrijkste type glas.

Houtasglas en potasglas

In Europa kwam in de middeleeuwen het gebruik van houtas als smeltpuntverlager in de glasproductie op. Voor het maken van deze as werd o.a. beukenhout gebruikt. Van houtas kan ook potas gemaakt worden door de houtas in water op te lossen en de van de onoplosbare bestanddelen (calcium-, magnesium en fosfaatzouten) ontdane vloeistof weer in te laten dampen. Houtas en potas bevatten veel kalium en vrijwel geen natrium en glas van dit type dus ook. Het verschil tussen houtasglas en potasglas is dat in de laatste veel minder fosfor en magnesium aanwezig zijn. Omdat potas vrijwel geen kalk bevat, werd kalk uit een andere bron, zoals kalksteen, toegevoegd bij de bereiding van het glas.

Kristalglas of kristal

Kristalglas, dat meestal kristal genoemd wordt, is historisch gezien glas dat gemaakt wordt met een loodzout als smeltpuntverlager. Het resulterende glas is helderder en heeft een helderder klank dan de hierboven genoemde glassoorten. Volgens de richtlijn van de EGKS (een voorloper van de EU) moet kristal minimaal 30% loodoxide bevatten, daarvoor kon ook glas met minder loodoxide voorkomen. Omdat lood uit het glas kan logen en zo bij gebruik giftig kan zijn, wordt tegenwoordig loodvrij kristal gemaakt waarbij lood door zink en/of barium is vervangen.


Zand-soda-kalkglas BRON Corning Museum of Glass