conservering
advies & behandeling
identificatienummer
Een goed systeem van object-identificatie is één van de belangrijkste conserveringsmaatregelen. Dit gebeurt in de meeste gevallen door toekenning van een object-identificatienummer, dat vaak fysiek of met label op een object wordt aangebracht.
Een identificatienummer zorgt ervoor dat conserveringsdocumentatie en archiefinformatie aan een object kunnen worden gekoppeld en maakt standplaatsregistratie mogelijk. Een goed systeem zorgt ervoor dat alle onderdelen van een samengesteld object of servies individueel geïdentificeerd kunnen worden.
Het aanbrengen van een (deel)nummer – fysiek, met label of op andere wijze – is dus van fundamenteel belang.
Bij het aanbrengen van een nummer óp glas moet men met een aantal dingen rekening houden.
– Het materiaal waarmee het nummer wordt aangebracht moet stabiel zijn, mag geen schade toebrengen aan het glas en moet zonder schade verwijderd kunnen worden.
– Het nummer mag niet op een kwetsbare plek worden aangebracht (een restaurator kan kwetsbare locaties herkennen).
– Belangrijke eigenschappen van het glas moeten door het nummer niet minder zichtbaar worden (bijvoorbeeld niet op de locatie waar het pontilmerk zich bevindt, of andere locatie waar belangrijke informatie over het maakproces zich manifesteert).
– Het nummer moet duidelijk leesbaar zijn, tegelijkertijd niet erg in het oog springen en mag tijdens hanteren of verplaatsen van het object niet slijten of loskomen.
– Indien het aanbrengen van een nummer óp het object niet wenselijk of mogelijk is, kan een andere vorm van nummering worden uitgevoerd. Bij een los label dient men extra voorzichtig te zijn dat deze niet van het object gescheiden raakt.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft onderzoek gedaan naar geschikte schrijfstiften voor het nummeren van museumvoorwerpen.