Het maken van een wijnglas
Het maken van een wijnglas stuitte op weerstand bij de glasfabriek in Leerdam, die destijds voornamelijk geperst glas produceerde. Het maken van geblazen wijnglazen vereiste heel andere vaardigheden en technieken. Tevens was het een nieuwe ontwikkeling dat ontwerpers gingen bepalen wat er gemaakt zou worden.
Het arbeidsintensieve proces begint met het blazen van de kelk in een mal. Vervolgens wordt het glas met een benenschaar in de juiste vorm gesneden en gevormd tot een beentje. Hierna wordt er aan het eind van het beentje, nog een keer extra glas opgeknopt. Dit wordt met een voetenhoutje gevormd tot een voet waarop het glas staat. Het glas zit dan nog vast aan de blaaspijp.
Het glas wordt vervolgens op een pontil geplaatst en met een scherpe tik van de blaaspijp losgemaakt. Door de peervormige kelk opnieuw in een oven te verhitten, kan deze zijn uiteindelijke vorm aannemen.
Voor serviezen, zoals de
Servies F en
Servies H ontworpen door
Bazel, werd het glas na het losmaken van de pijp in de koeloven geplaatst. Na afkoeling is er met een diamantpen op de juiste hoogte een kras gezet op de kelk, waarna met een geconcentreerd, gericht gasvlammetje het overtollige glas kan worden verwijderd. Hierdoor ontstaat een scherpe rand, die vervolgens wordt geslepen en gepolijst.