info

terminology


Glassmaker chair

in dutch:
Een soort ‘werk’-bank met armleuningen, waarover de pijp gerold kan worden om het glasobjekt vorm te geven, in te snijden, af te werken, af te tikken; ook het opdrijven aan de ‘pontie’ (pontil gebeurt over de leuningen van de ‘stoel’.

nb pas in de 17e eeuw ontstaan; daarvoor werkte men zittend met de pijp rollend over de dijbenen, beschermd tegen de warme pijp; (in het nabij oosten nog gebruikelijk) of staand volgens de boheemse werkwijze (bohemian working).

source Lexicon Sybren Valkema


dutch term
Glasmakerstoel